Drie keer drie D

Article

Drie keer drie D

Bij het produceren van producten kan op twee verschillende manieren worden gewerkt. We kunnen beginnen met een stuk standaard materiaal en vervolgens zoveel materiaal weghalen, totdat het gewenste product overblijft. Dat was tot pakweg tien jaar geleden de standaard en we zien dit nog altijd terug bij iedere meubelmaker en uiteraard in de verspanende industrie. De andere manier van produceren is ‘additive manufacturing’. Bij deze additieve manier van produceren halen we niets weg, maar voegen we juist steeds iets toe. 3D-printen is daar het meest bekende en ook meest gebruikte voorbeeld van. U denkt die techniek te kennen, maar we menen u hier toch veel over te kunnen vertellen.

Veel mensen hebben namelijk een tamelijk stereotiep beeld van 3D-printen en zien daarbij een printer een stuk gecompliceerd kunststof vervaardigen. Maar er is inmiddels heel veel meer mogelijk, denk aan stereolithografie, binder jetting, lasersmelten, fused deposition modelling of lasercladden. Al die technieken hebben hun eigen mogelijkheden en hun eigen beperkingen en alleen door de techniek volledig te doorgronden, kun je vaststellen of de techniek geschikt is voor prototyping of zelfs voor de daadwerkelijke productie (dat laatste komt met name de laatste jaren ook steeds meer voor, want de 3D-print-techniek is meer volwassen geworden en inmiddels goed geschikt voor een productieproces met functionele toepassingen). We bespreken hier drie voorbeelden van additive manufacturing/3D-printen; weet dat er meer zijn en vraag ons daar vooral ook naar.

Bij stereolithografie, de bijna oudste methode voor rapid manufacturing wordt laagsgewijs wordt uit een vloeistof een object gemaakt. Een met een prisma bestuurbare UV-laser belicht de vloeistof. Doordat deze  laser precies de goede golflengte heeft om de vloeistof te laten uitharden, ontstaat er een object. De tafel zakt langzaam in de vloeistof  en zo wordt het object laag voor laag opgebouwd. Deze techniek is toe te passen voor kunststoffen, maar ook voor keramiek en passen we veel toe voor prototyping en tooling, maar ook voor het vervaardigen van spuitgietmatrijzen voor kleinere series. De beperking van deze techniek, waarmee ook grotere onderdelen zeer nauwkeurig vervaardigd kunnen worden, zit in de beperkte materiaalopties en het feit dat vrijhangende structuren ondersteund moeten worden.

Het selectief lasersmelten is een vrij nieuw additief productieproces, waarmee we direct vanuit 3D CAD-voorwerpen van normale dichtheid kunnen maken. Dit is een vergelijkbare techniek met de vorige (stereolithografie) met dat verschil dat hier sprake is van een poederbed waarbij een laag metaalpoeder door een laser wordt belicht waardoor het poeder samensmelt. Je kunt hiermee complexe producten van speciale metalen maken in kleine series. Denk aan RVS, titanium, zilver, nikkellegeringen, goud, koper, kobaltlegeringen of aluminium. Deze techniek levert zeer geode mechanische eigenschappen , maar het process verloopt langzaam. Daardoor wordt deze techniek met name toegepast in zeer kleine series en prototype.

Bij binderjetting komt er geen metaal uit de printkop van de printer, maar een vloeibaar bindmiddel. Daar wordt vervolgens steeds een (metaal)poeder over gestrooid. Dat is een razendsnel proces dat toegepast kan worden voor alle materialen die je in poedervorm kunt krijgen. Denk aan kunststof, metaal, keramiek of glas. Doordat het eindproduct niet zo sterk is als het poeder, maar als het bindmiddel zijn de mechanische eigenschappen van deze producten minder goed. Er zal op deze manier in de praktijk eerder een gietvorm dan een eindproduct vervaardigd worden.

Menzing kent deze én alle andere additive manufacturing technieken. Inclusief hun voor- en nadelen. Steeds maakt het daaruit zeer bewuste keuzes, met daarbij uiteindelijk maar één doel: u een betrouwbaar en betaalbaar eindproduct leveren.

Author:
Martijn Geerdink |
MAIL | |
NEEM CONTACT OP   

STEL UW VRAAG


OF BEL ONS OP
+31 (0)53 3031200